Project – 14C Database



Project

14C Database
Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed | RCE

Het bepalen van de ouderdom van archeologische resten in het Nederlandse bodemarchief is een cruciaal onderdeel van de archeologie. Met de zogenaamde 14C techniek (koolstofmeting) is het mogelijk om de ouderdom van een organisch monster vast te stellen. Het radioactieve isotoop 14C komt voor in onze atmosfeer en wordt via de fotosynthese door planten opgenomen in hun celstructuur. Vervolgens komt het via de voedselketen in de biosfeer terecht. Wanneer het organisme sterft, stopt de opname van voedsel en neemt het 14C-gehalte af. Door de 14C-concentratie in een fossiel te meten kan worden vastgesteld wanneer de dood van het organisme is ingetreden. Sinds de jaren vijftig zijn duizenden van deze dateringen gedaan, die bijdragen aan nadere verfijning en verbetering van de chronologie van Nederlandse (pre)historie. Er is echter geen duurzaam en raadpleegbaar overzicht beschikbaar van 14C-dateringen uit Nederland. Het is momenteel bijna onmogelijk om op snelle en efficiënte wijze een overzicht te genereren naar regio, periode, type archeologische resten etc.

Doel van het project 14C Database is om een centrale, duurzame database van 14C-dateringen tot stand te brengen. Hiermee komen alle/de meerderheid van in het verleden uitgevoerde dateringen beschikbaar van Nederlands archeologische materiaal of voor de archeologie relevant materiaal. Het gaat hierbij niet alleen om de dateringen die in Nederland zijn uitgevoerd, maar ook de dateringen die op ‘Nederlands materiaal’ zijn uitgevoerd door buitenlandse laboratoria. De uitgevoerde en beschikbare dateringen worden verzameld en aangevuld met een nader te bepalen set aan relevante metadata.
Hierdoor wordt een belangrijke bijdrage geleverd aan het internationale archeologische veld.

De database zal opgezet worden op basis van open source, in overeenstemming met internationale afspraken over opslag en rapportage van data. Het streven is om zoveel mogelijk FAIR data principes te volgen door afspraken te maken over metadata en standaardisatie van de invoer van data. De bedoeling is om een ‘levende’, vitale database tot stand te brengen, die ook in de toekomst gebruikt en aangevuld gaat worden. Gebruikers krijgen na registratie toegang tot de database.